Sportbedrijf Leiden

Rechtstreeks naar inhoud gaan

Tabakswet

Laatste nieuws.

De minister van Volksgezondheid heeft eind 2007 besloten dat alle sportvoorzieningen met ingang van 1 juli 2008 rookvrij dienen te zijn. Dat betekent dat er in de kantines van de buitensportverenigingen en de commerciele sportcentra niet meer gerookt mag worden. De sporthallen en zwembaden vielen al eerder onder een rookverbod.

Onderstaand de historie die tot dit besluit heeft geleid.
De Tabakswet biedt sinds 1990 de basis voor een rookvrije sportsector. In het Beperkingenbesluit, een verdere uitwerking van de Tabakswet, zijn categorieën van inrichtingen opgenomen die, net als overheidsgebouwen, een rookverbod moeten instellen, aanduiden en handhaven. In dit besluit is sport als onderdeel van de Welzijnswet met name genoemd, voorzover dit gaat om 'inrichtingen die voor publiek toegankelijk zijn en waarin voorzieningen worden aangeboden op de terreinen van het welzijnsbeleid die zijn vermeld in artikel 2 van de Welzijnswet 1994, en die door de overheid worden gesubsidieerd, met uitzondering van inrichtingen die gebruikt worden voor de beoefening van sport in de openlucht'.

Dit betekent, dat de wettelijke verplichting om een rookverbod in te stellen niet geldt voor de gehele sportsector. De verplichting heeft alleen betrekking op overheidsinstellingen en door de overheid gesubsidieerde inrichtingen voor de binnensport. Tot op heden hoeven niet-gesubsidieerde (commerciële) sportinrichtingen en instellingen voor de buitensport niet rookvrij te zijn. De rijksoverheid vindt dit onderscheid tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde sportaccommodaties en tussen binnensport en buitensport ongewenst. Daarom wordt er gestreefd naar het rookvrij maken van de gehele sportsector. Een ieder moet van sportvoorzieningen gebruik kunnen maken zonder daarbij hinder of overlast van tabaksrook te ondervinden.

Eén van de manieren om in de bestaande situatie duidelijkheid en gelijkwaardigheid te scheppen is het aanpassen van de regelgeving zodat de verplichting om een rookverbod in te voeren voor de gehele sportsector geldt. NOC*NSF heeft daarbij met succes aangedrongen op het benutten van de mogelijkheden van zelfregulering voordat aanpassing van de regelgeving plaatsvindt.

Het hoofddoel van deze zelfregulering is te komen tot een rookvrije sportsector vanuit de gedachte dat roken en sport niet samengaan. Het traject is erop gericht te komen tot rookbeleid bij alle verenigingen en sportinstellingen. Het einddoel van het traject is een rookvrije sportsector.

Medio 2004 gaf de voorzitter van NOC*NSF, mevrouw Terpstra, de aftrap van de campagne die uiteindelijk moet leiden tot een rookvrije sportsector. Alle sportorganisaties in Nederland (sportverenigingen, commerciële sportinstellingen en gemeentelijke sportaccommodaties) worden geïnformeerd over het maken van rookafspraken. Zij krijgen de beschikking over campagnemateriaal dat in één oogopslag duidelijk maakt hoe het is gesteld met de rookafspraken in de accommodatie: een witte vlag betekent dat roken is toegestaan, een gele vlag houdt in dat er beperkingen voor roken gelden en als de rode vlag hangt mag er niet worden gerookt.

Het traject naar een rookvrije sportsector met de bijbehorene campagne moet ertoe leiden dat in de sportsector medio 2006 afspraken over het rookbeleid zijn vastgelegd en dat deze worden nageleefd, zodat iedereen zonder hinder of overlast van tabaksrook kan sporten. Daarna wordt gekeken of via deze vorm van zelfregulering niet-rokers in voldoende mate worden beschermd tegen tabaksrook. Zijn de afspraken onvoldoende, dan kan het zijn dat van overheidwege maatregelen worden genomen.

Meer informatie:

website NOC*NSF www.sport.nl
website Stivoro www.stivoro.nl
website stoppen met roken: www.stopeffectief.nl

Uitgebreid zoeken