Milieubesluit voor de sportsector
In 1993 trad de Wet milieubeheer (Wm) in werking, die ook voor sportverenigingen gevolgen had. De Wm bepaalt namelijk dat het verboden is een inrichting zonder milieuvergunning "op te richten, te veranderen of in werking te hebben". Derhalve moesten ook sportverenigingen met sportaccommodaties over een milieuvergunning beschikken. De praktijk leerde echter dat deze plicht voor de sportsector te zwaar en niet praktisch was.
Het bovenstaande resulteerde er in dat er per 1 oktober 1998 voor onder meer sportclubs een besluit (Algemene Maatregel van Bestuur) geldt dat geen vergunningplicht meer kent. Er bestaat nog slechts een meldingsplicht. De gegevens die bij de melding verstrekt moeten worden zijn beperkt en men hoeft ook geen leges meer te betalen.
Besluit horeca-, sport- en recreatieve inrichtingen milieubeheer (Staatsblad 1998, 322)
Het besluit is ondermeer van toepassing op een inrichting waarbij "uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van het in de openlucht of besloten ruimte beoefenen van sport". Het gaat dus om sportaccommodaties zoals sporthallen, gymzalen, veldsportcomplexen, etc., al dan niet met een eigen kantine.
Het besluit is echter niet van toepassing op:
- kunstijsbanen, maneges, jachthavens, accommodaties voor gemotoriseerde sporten, schietaccommodaties;
- sportaccommodaties waar een permanente voorziening aanwezig is voor meer dan 6000 toeschouwers;
- clubhuizen, zwembaden en dansscholen waar permanente voorzieningen aanwezig zijn voor meer dan 2000 bezoekers.
Deze accommodaties blijven vergunningplichtig.
Inhoud Milieubesluit
Het besluit bevat algemene regels waaraan o.a. sportaccommodaties moeten voldoen ter bescherming van het milieu. Het besluit kent veel "open normen". Het College van Burgemeester en Wethouders heeft voorts de bevoegdheid om "nadere eisen" aan de sportvereniging te stellen, die afwijken van de normen in het besluit. Aldus kan de gemeente, kjkend naar het individuele geval, maatwerk leveren.
Geluid
De maximaal toegestane geluidsoverlast van de omgeving bedraagt 50dB voor overdag (07.00 - 19.00 uur), 45dB voor de avonduren (19.00 - 23.00 uur) en 40dB voor de nachtelijke uren. Deze geluidsniveaus worden met 20dB verhoogd ter vaststelling van de piekniveaus. Onder piekniveau wordt het geluid van incidentele zaken vertaan, bijvoorbeeld het geluid van een vat bier dat bij het laden en lossen per ongeluk van de keldertrap valt. Het geluid van bezoekers van sportwedstrijden (juichen van publiek, dichtslaan van autoportieren) wordt bij de vaststelling van de piekniveaus niet meegenomen. Hetzelfde geldt voor de geluiden van het sporten zelf (bal tegen boarding, etc.).
Als het binnen (het clubhuis) of buiten (sportveld) muziek draaien een structureel onderdeel van de bedrijfvoering is, is de gemeente bevoegd een akoestisch onderzoek te verlangen van de sportvereniging. Vooralsnog wordt er van uit gegaan dat dit bij sportclubs niet het geval is. De geluidsvoorschriften zijn niet van toepassing tijdens dagen waarop gemeentelijke/nationale festiviteiten plaatsvinden of bijzondere sporttoernooien. Dit met een maximum van 12 dagen per jaar. De gemeentelijke verordening verplicht meestal wel tot het vooraf melden hiervan.
Energie
Indien het energieverbuik van de sportvereniging per kalenderjaar meer bedraagt dan 50000 kwh elektriciteit of 25000 m3 aardgas, kan de gemeente verzoeken om aan te geven welke maatregelen getroffen zijn of worden om tot een zuiniger energieverbuik te komen. Het moet om rendabele maatregelen gaan, dat wil zeggen binnen een redelijke tijd (vijf jaar of minder) worden terugverdiend.
Afvalstoffen en afvalwater
De sportinrichting dient maatregelen te nemen om het ontstaan van afval zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Indien beperking van afvalstoffen niet mogelijk is, dienen afvalstoffen zoveel mogelijk gescheiden te worden bewaard en afgeleverd. Dat geldt voor papier, glas en gft-afval, maar ook voor gevaarlijke afvalstoffen (bestrijdingsmiddelen en schoonmaakmiddelen). Afvalwater dat olie of vetten bevat (bijvoorbeeld als gevolg van gefrituurde borrelhappen), moet door een slibvangpunt en een vetafscheider worden geleid, tenzij de concentratie lager is dan 300 mg/liter.
Lucht/geurhinder
Dampen die vrijkomen bij het bereiden van voedingsmiddelen, moeten worden afgezogen. De dampen moeten of tenminste 2 meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen gebouwen worden afgevoerd, of een ontgeuringsinstallatie passeren. De dampen die als gevolg van grillen, frituren of bakken van etenswaren in olie of vet vrijkomen, moeten alvorens ze als voornoemd naar de buitenlucht worden afgevoerd, door een verwisselbaar of reinigbaar filter worden gevoerd. Bovenstaande geurvoorschriften gelden niet als de elektrische frituurpan een inhoud heeft van minder dan 4 liter of de kookketels kleiner zijn dan 25 liter.
Verlichting
Voor de verlichting van sportterreinen bestaan nog geen normen. Op dit moment wordt daarnaar onderzoek gedaan door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Het besluit beperkt zich nu nog tot het voorschrift dat de lichtinstallatie zodanig moet worden uitgevoerd dat directe lichtstraling op woningen moet worden voorkomen. De verlichting van sportvelden mag niet branden tussen 23.00 en 07.00 uur. De lichten moeten ook gedoofd zijn als er geen sport wordt beoefend, noch onderhoud plaatsvindt. Evenals bij geluidshinder geldt ook voor lichthinder een uitzondering voor dagen waarop gemeentelijke/nationale festiviteiten plaatsvinden of andere activiteiten met een maximum van 12 dagen per kalenderjaar.
Waterbesparing
Indien het waterverbruik in een kalenderjaar meer bedraagt dan 5000 m3, dienen maatregelen te worden genomen om een zuiniger gebruik van water te bereiken. De te nemen maatregelen moeten wel rendabel zijn.
Inwerkingtreding en overgangsrecht
Als een sportvereniging op 1 oktober 1998 nog geen milieuvergunning had moest zij zich voor 24 december 1998 bij de gemeente "melden". Voor sportverenigingen die op 1 oktober 1998 wel al een milieuvergunning hadden, geldt het besluit pas na een overgangsjaar, dus per 1 oktober 1999. Zij hebben geen meldingsplicht.